Duur WW-uitkering

De standaardduur van de WW-uitkering is drie maanden. De duur van de WW-uitkering kan na deze drie maanden echter worden verlengd. Of u hiervoor in aanmerking komt, en hoe lang de verlenging maximaal is, ligt aan uw arbeidsverleden. De voorwaarde voor verlenging is dat u in de afgelopen vijf jaar minimaal vier jaar gewerkt heeft. Een jaar werken wordt pas geteld wanneer er in dat jaar minimaal 52 dagen gewerkt is.

Voldoet u hieraan, dan wordt de WW-uitkering voor ieder jaar dat er gewerkt is met één maand verlengd. De jaren tussen de achttiende verjaardag en 1997 worden allen geteld als werkzame jaren, ongeacht of u in deze jaren wel of niet gewerkt heeft. De WW-uitkering wordt tot maximaal 38 maanden verlengt, inclusief de eerste drie maanden. Na deze tijd vervalt het recht op een uitkering. Vijftig-plussers kunnen na deze tijd aanspraak maken op een aanvullende uitkering. Zie hiervoor het kopje oudere werklozen.

De hoogte van de WW-uitkering wordt bepaald aan de hand van het laatste verdiende loon. Voor de eerste twee maanden van de WW-uitkering ontvangt u 75% van uw laatste verdiende dagloon. In de derde maand en eventuele volgende maanden ontvangt u 70% van uw laatst verdiende dagloon. Mocht de WW-uitkering hiermee lager zijn dan het sociaal minimum, dan heeft u recht op een extra toeslag. Het sociaal minimum dat voor u geldt wordt bepaald op basis van leeftijd, het al of niet gehuwd of samenwonend zijn en het hebben van kinderen zonder partner.